Single Blog

M/V op de divan; waarom de psychiatrie te weinig oog heeft voor sekseverschillen

In de psychiatrie is opvallend weinig aandacht voor verschillen tussen vrouwen en mannen, zegt psychiater Thérèse van Amelsvoort. Daardoor krijgen niet alleen vrouwen, maar ook mannen niet altijd de hulp die het beste voor hen is.

Bron: Trouw.nl – Door Malou van Hintum14 juni 2020, 14:16

In de somatische geneeskunde dringt langzaam maar zeker het besef door dat vrouwen en mannen weliswaar aan dezelfde aandoeningen kunnen lijden, maar dat die met heel verschillende klachten gepaard kunnen gaan. Hart- en vaatziekten zijn er een goed voorbeeld van. Maar in de psychiatrie is nog maar weinig oog voor verschillen tussen vrouwen en mannen, zegt psychiater Thérèse van Amelsvoort (Maastricht University). Ze is een van de redacteuren van het ‘Handboek Psychopathologie bij vrouwen en mannen’ waarin 32 hoofdstukken zijn opgenomen over sekse en genderverschillen bij psychische aandoeningen. Dat handboek is geen overbodige luxe, legt ze uit: “De klinische richtlijnen besteden opvallend weinig aandacht aan diversiteit binnen de psychiatrie. De psychiatrie loopt echt achter.”

Het vóórkomen van psychische ziektes, de kans dat je ze kunt krijgen, en de manier waarop de ziekte zich uit en verloopt, verschilt bij vrouwen en mannen. Dat heeft te maken met biologische verschillen (de sekseverschillen), maar ook met beelden, ideeën en verwachtingen die we hebben van vrouwen en vrouwelijk gedrag, en mannen en mannelijk gedrag (genderstereotiepe verschillen: de eigenschappen die we aan mannen en vrouwen toedichten). Die ideeën en verwachtingen zijn de gekleurde bril waardoor we naar hun gedrag kijken en wat we daarbij vinden ‘passen’, legt van Amelsvoort uit.

Frustratie en woede

Dat vrouwen vaker piekeren, angstig en depressief­­ zijn dan mannen, en dat mannen er sneller op los slaan en vaker naar drank en drugs grijpen dan vrouwen, past goed bij genderstereotiepe ideeën waarin vrouwen (als biologische sekse) de zwakke, zieke en zeurende partij zijn (de culturele opvatting over hun sekse), en mannen (als biologische sekse) sterk, stoer en autonoom zijn (de culturele opvatting over hun sekse). Talloze onderzoeken bevestigen dat mannen hun frustratie en woede veel vaker op de buitenwereld botvieren dan vrouwen, die zulke emoties meestal op zichzelf richten. Ook het cliché dat mannen vooral doeners en geen praters zijn, terwijl vrouwen het wel graag over hun gevoelens hebben, is vaak waar. Maar genderstereotiepe ideeën sluiten mannen en vrouwen op in een keurslijf dat vaak ook niet past, blijkt uit het Handboek Psychopathologie bij vrouwen en mannen.

Iedereen kent sterke, autonome vrouwen, en ook iedereen kent depressieve, piekerende mannen; alleen wéét je in dat laatste geval lang niet altijd dat je ze kent. Want een ‘zwakke’ man geldt als een onmannelijke man, en daarmee als een diskwalificatie van zichzelf. Vrouwen doen meer suïcidepogingen, maar mannen maken twee keer vaker een einde aan hun leven, schrijft psychiater Anja Lok in het Handboek. Waarom zijn die mannen niet in beeld? Vermoedelijk omdat depressie bij mannen met (deels) andere symptomen gepaard gaat dan bij vrouwen en daardoor slechter wordt herkend (zie kader ‘Depressies‘).

Excessief sporten

Hoe kan het dat daar weinig oog voor is? Om te beginnen gaan vragenlijsten die worden gebruikt om een bepaalde aandoening op het spoor te komen, impliciet uit van een ‘typisch mannelijke’ of ‘typisch vrouwelijke’ stoornis door het type vragen dat wordt gesteld. Met een vraag naar het uitblijven van hun menstruatie kunnen jongens met eetproblemen niets. Wellicht levert een vraag naar excessief sporten in hun geval meer op, want het lijkt erop dat mannen met anorexia een grotere ­obsessie hebben voor spiermassa dan anorectische vrouwen, aldus de site www.anorexiajongens.nl.

Daarnaast moeten hulpverleners, om hun behandeling door zorgverzekeraars betaald te krijgen, de psychische klachten van patiënten labelen met een code uit de DSM-5, het Handboek voor de psychiatrie, legt van Amelsvoort uit. Daarin zijn talloze psychische klachten ondergebracht in ruim 350 zogeheten classificaties. Bekende classificaties – in het populaire taalgebruik ook wel ‘etiketten’ genoemd – zijn depressie, ADHD, borderlinepersoonlijkheidsstoornis, ASS (autismespectrumstoornissen), schizofrenie en angst. Psychische klachten worden dus als het ware ingepast in een van deze classificaties, en dat kan de blik van hulpverleners behoorlijk sturen.

Lees verder op Trouw.nl

Comments (0)

© Copyright 2017 - Stichting Anorexia Jongens