Single Blog

‘Er was een kans dat ik er niet meer zou zijn’

Dat een vijfjarig kind weigert zijn bord met spruitjes op te eten, is best normaal. Een kind dat helemáál niks wil eten, is een ander geval. Dit was de situatie van Joost Zuijderduijn (24), hij is nu een langzame eter en eet geen dingen met een ‘gekke’ structuur. Tot zijn zestiende had hij grote moeite met eten en tot zijn zesde at hij helemaal niks. “Ik heb jaren sondevoeding gekregen.”

Bron: eigen foto Joost

Door Dagmar Pasop en Lucas Versteeg

Joost is een gezonde jongen en zit in de bloei van zijn leven. Hij studeert Economie & Bedrijfseconomie op de Universiteit van Rotterdam, is actief bezig met een eigen blog over zijn passie: lezen, en hij zit bij een studentenvereniging. Ondertussen verzorgt hij ook de administratie van een uitgeverij, heeft hij een vriendin en geeft hij bijles. De energie hiervoor haalt Joost uit driemaal daags een stevige maaltijd, maar dit is vroeger heel anders geweest.

Joost was een vrolijk kind. Bron: eigen foto Joost

24 jaar geleden kwam Joost op de wereld. Hij was een kleine baby. “Het was van groot belang dat ik snel zou groeien, daarom gaf mijn moeder mij op advies van de dokters zoveel mogelijk te eten. Ook wanneer ik vol zat, werd ik geforceerd meer te eten.”

“Ik werd erg mager en raakte bijna ondervoed”

Joost was als baby vaak ziek doordat hij te weinig witte bloedcellen heeft. Door een tekort aan witte bloedcellen heb je een grotere kans op infecties. “Ik heb veel tijd doorgebracht in het ziekenhuis. Daar kreeg ik hele vieze antibiotica. Deze negatieve ervaringen zoals de vieze smaak in mijn mond, zorgden ervoor dat ik al als baby een afkeer van eten ontwikkelde. Ik werd erg mager en raakte bijna ondervoed, want ik weigerde iets te eten…” Joosts ouders wisten niet wat ze hiermee moeten, en gingen naar de dokter.

Eten door een slangetje
 Vanaf zijn tweede kreeg Joost zijn eten door een slangetje in zijn neus. “De dokter beaamde dat ik toch wel een extreem geval was en dit de enige manier was…” Dit heeft hij vier jaar lang gekregen. “Dat slangetje had ik altijd in en moest elke maand worden vervangen. Dat vond ik vreselijk. Het kriebelt heel erg en het deed ook wel pijn.” Drie jaar na de geboorte van Joost werd zijn zusje geboren. “Mijn ouders hoopten dat ik ook ging eten als ik mijn zusje zag eten.” Dat gebeurde helaas niet. “Ik vond het heel erg leuk om mijn zusje te voeren, maar als ik dan zelf iets moest eten, bleef ik weigeren.”

“Dat slangetje had ik altijd in en moest elke maand worden vervangen, dat vond ik vreselijk”

Kruimeltjes
 
Inmiddels was Joost oud genoeg om naar de basisschool te gaan. “Mijn ouders hadden vooraf een gesprek met de juf om mijn probleem uit te leggen. Op de eerste dag in groep 1 werd het ook even uitgelegd voor de klas. Iedereen vond het eigenlijk heel normaal.” De kinderen wisten niet beter dan dat Joost een slangetje in zijn neus droeg en in de pauze geen koekje at. “Soms voelde ik me echt wel anders dan de rest, maar mijn klasgenootjes hebben mij nooit gepest.” Af en toe sabbelde Joost op een Tucje, zodat hij toch iets had in de pauze. Hij at het nooit op, maar toen hij één keer wat kruimeltjes van de zijkant afhapte, vond de hele klas dit heel knap. “Dat was echt een bigthing, ik kreeg zelfs een applaus”, vertelt hij lachend.

Joost had de sonde altijd in, ook tijdens het spelen. Bron: eigen foto Joost

“Eetjuffrouw Monique gaf mij elke woensdagochtend een uur eet-les.”

Eet-les
 Toen Joost vijf jaar oud was, ontdekten Joosts ouders de stichting Nee-Eten: een vereniging voor ouders van kinderen met chronische voedselweigering en sondevoeding. “Mijn ouders hebben daar veel aan gehad. Ze konden met ouders praten die in dezelfde situatie zaten. Iedereen begreep elkaar daar en dat was heel fijn.” Via deze stichting kwam het gezin ook bij een specialiste die Joost ‘eet-les’ is gaan geven. “Elke woensdagochtend gingen we naar het ziekenhuis in Utrecht. Eetjuffrouw Monique gaf mij dan een uur eet-les. Dat begon altijd met een klein kopje melk. Mijn ouders konden meekijken vanuit een andere ruimte. Ze vertellen nog wel eens hoe bang ik was als ik iets moest gaan eten. Ik raakte helemaal in de stress en soms moest ik ook huilen.”

“Alsof ik een grote harige spin in mijn mond moest doen.”

Na de eet-les kreeg Joost huiswerk, hij moest thuis kleine dingetjes gaan eten. “Het ging moeizaam. Ik had ’s nachts nachtmerries over eten, en vond het allemaal zo spannend. Eetjuffrouw Monique wist goed te omschrijven hoe eten voor mij voelde: “Alsof ik een grote harige spin in mijn mond moest doen.”

Ik was zo bang dat ik van eten moest kokhalzen of kotsen en dan dood zou gaan.” Toch was Joost ondanks alles een heel vrolijk en optimistisch kind. “Ik maakte altijd grapjes met de wijkverpleegkundige en ik had altijd een lach op mijn gezicht. Als ik ziek was of als de sonde verwisseld moest worden, was het natuurlijk wat minder, maar daarna kon ik altijd weer lachen. Ik was dan een moeilijk kind, maar zeker niet qua gedrag.”

Trotse Joost poseert samen met eetjuffrouw Monique bij zijn net behaalde eetdiploma. Bron: eigen foto Joost

“Ik leefde echt op vla.”

Eetdiploma en eetfeestje 
 Met kleine stapjes werd het eten voor Joost steeds minder eng en ging hij steeds grotere porties eten. Vla was één van de weinige dingen die hij zonder al te veel problemen door zijn keel kreeg. “Ik leefde echt op vla. Ik vond het super lekker en het had gewoon een hele fijne structuur. Ik heb echt zo veel vla gegeten in die periode.” Joost kreeg stickers wanneer hij zijn huiswerk had gedaan, en op een gegeven moment kreeg hij, na één jaar eet-les, een eetdiploma. “Wat was dat een feest! Ik was zes jaar en we hebben een eetfeest op school gehouden. Ik kreeg een kroon van Danoontjes en mocht snoep uitdelen in de school.”

Het eten ging niet van de één op de andere dag probleemloos, maar Joost mocht zijn sonde wel uit. “Dat was een bijzonder moment. Ik weet nog dat ik een step van mijn ouders kreeg en dat mijn zusje er ook bij aanwezig was. Ik was eindelijk verlost van dat ding!” Joost ging door met eet-les en at nu naast een bakje vla ongeveer twee of drie boterhamen per dag. “Zonder korst, dat wel.” Toen hij zijn tweede eetdiploma kreeg, was hij ‘geslaagd’ en mocht hij stoppen met eet-les.

Allebei de eetdiploma’s van Joost. Bron: eigen foto Joost

“Hoe ouder je wordt, hoe raarder het is.”

Klein broodtrommeltje
 Naar school nam Joost twee plakjes brood mee zonder korst. “Ik had dan een klein broodtrommeltje mee naar school met de plakjes brood erin. Ik stopt die wel altijd helemaal onderin mijn tas, omdat ik me er toch wel voor schaamde. Hoe ouder je wordt, hoe raarder het is. Gelukkig ben ik er nooit mee gepest of zijn er grappen over gemaakt en daar ben ik echt heel erg dankbaar voor.”

Stijgende lijn
 
Vanaf dat moment ging het steeds beter met Joost. Zijn ouders hielpen hem om nieuwe dingen te proberen, en eten werd voor Joost niet meer alleen een straf. “Vroeger zag ik eten als iets engs, maar dat is gelukkig nu niet meer zo. Ik was toen echt bang voor onbekend voedsel. Dan zag ik iets vreemds wat ik niet kende en dan hoefde ik het meteen niet.”

“Ik at weinig bij vrienden, want dat was echt een gedoe.”

Toch was avondeten nog lang een probleem. Tot zijn zestiende heeft Joost zijn avondeten gepureerd gegeten. “Ik trok het echt niet als het eten ongemalen in mijn keel kwam. Ik at weinig bij vrienden omdat het natuurlijk best wel een gedoe was met dat gepureerde eten. Dat vond ik best jammer.”

Gepureerd eten
 
“In de vierde klas ging ik op werkweek naar Parijs. Daar was het natuurlijk niet mogelijk om aan de ober vragen of ik een bordje gepureerde groente en aardappelen mocht. Mijn moeder besloot in die zomer om mijn eten niet meer te pureren. Ik weet nog dat ze zei: ”En nu gaan we gewoon normaal eten.” Er is toen ineens een knop omgegaan in mijn hoofd. Ik zag dat het zo gewoon niet langer kon. Ik genoot ineens van het avondeten. Bij een barbecue die zomer heb ik zelfs onwijs veel vlees op, terwijl ik vlees eerst juist een van de vervelendste dingen vond.”

Joost met zijn vriendin. Bron: eigen foto Joost

“Toen ik overstapte naar een normaal voedingspatroon moest ik in het begin wel wennen hoor. We aten dan ook veel zachte groenten, zoals bloemkool en worteltjes. Ik at dan altijd eerst mijn groente, dan de aardappels en dan het vlees.” Inmiddels eet Joost gewoon alles normaal. “Al eet ik nog steeds heel erg langzaam. Puur omdat ik wel wil dat het eten zo gemalen is dat ik het makkelijk door kan slikken. Het langzaam eten hindert mij verder niet, ik ben allang blij dat ik gewoon weer normaal eet.” Zijn er nog dingen die Joost nu ook nog weigert om te eten? “Bij sommige dingen vind ik de structuur nog steeds niet heel prettig, zoals bij een kroket. Hard van buiten en zacht van binnen: dat vind ik toch een beetje gek. Maar iedereen lust wel een paar dingen niet, dus wat dat betreft ben ik niet uitzonderlijk.”

“Mijn ouders voelden zich ontzettend machteloos.”

Ouders
In het huis van Joosts ouders hangen foto’s van de kleine Joost met zijn sonde. Ook hangen zijn eetdiploma’s aan de muur. Hoewel Joost er nu heel makkelijk met zijn ouders over kan praten, was zijn kindertijd voor Joosts ouders een lastige periode. “Ze voelden zich ontzettend machteloos. Gelukkig hebben ze me wel altijd gesteund in alles. Tijdens de eet-lessen en thuis met eten. Het was niet alleen voor mij, maar ook zeker voor hen een enorme strijd.” Het hele verhaal van Joosts ouders lees je hier.

Jubileum Nee-Eten
 Het gaat goed met Joost en hij is weinig meer met zijn eetstoornis bezig. Toch is hij een jaar geleden met mensen van Stichting Nee-Eten naar de dierentuin geweest voor hun jubileum. “Ik sprak daar een moeder wiens dochtertje dezelfde symptomen had als ik. Ze weigerde te eten. Haar dochtertje is helaas overleden. De moeder was heel benieuwd naar mijn verhaal en hoe ik het ervaren heb, zodat ze ook kon begrijpen wat er in haar dochtertje was omgegaan. Ik besefte toen wel heel goed dat dit ook zomaar mijn leven had kunnen zijn. Er was een kans dat ik er niet meer zou zijn. Dan voel ik me toch wel heel dankbaar dat ik er zo goed vanaf ben gekomen.”

“Het lijkt me heel tof om ooit een boek over mijn ervaring met het weigeren van eten te schrijven.”

Droom
 Joost is een echte boekenwurm en heeft dan ook een bijzondere droom. “Het lijkt me heel tof om ooit een boek over mijn ervaring met mijn ervaring met het weigeren van eten te schrijven. Er is nog nooit een boek met zo’n onderwerp geschreven dus dat lijkt me heel gaaf.” Hij wil bepaalde dingen die hij zelf heeft meegemaakt in het boek verwerken, maar voor een autobiografie is hij te bescheiden. “Al ben ik stiekem wel heel trots op kleine Joost hoor. Ondanks dat ik echt doodsangsten uitstond tijdens de eet-lessen, ging ik toch altijd wel de confrontatie aan. Die eigenschap zou ik nu wel weer meer willen hebben!”

Comments (0)